`Hoe komt het dat een beelddenker spelling zo lastig vindt?`

Beelddenker lopen vaak vast in het onderwijs omdat de wijze van lesgeven vaak niet aansluit bij hun manier van denken. Zo zie je bijvoorbeeld dat kinderen problemen hebben de gesproken taal door letters te vervangen. Dit kan zich uiten in verschillende problemen zoals:

  • Geen verband tussen een klank en letter; Een beelddenker ziet geen verband tussen bijvoorbeeld een `w` geluid en een zigzag krabbeltje op papier. Dit is begrijpelijk omdat het één een klank is en het ander geen geluid maakt. Tussen de klank en het teken “w” zit voor de beelddenker een kloof die hij niet weet te overbruggen. Zo wil een beelddenker bijvoorbeeld een letterteken van een voorwerp (beeld) zien.
  • Gedachtebeeld staat niet stil b p q d; Een beelddenker denkt drie dimensionaal en kan het beeld, zoals bijvoorbeeld een stoel omdraaien of er doorheen lopen. Hierdoor kan een beelddenker bij de letter b, p, q en d in verwarring raken. Wanneer hij deze letters draait krijgt het steeds een andere naam en richting en kan gedesoriënteerd raken.

Hoe schrijft een beelddenker een woord?

Een woord wordt als geheel uitgesproken. Hieruit moet een beelddenker klanken losmaken; de letters. Ik neem als voorbeeld het woord “bok”.

De beelddenker hoort het woord `bok` en moet dat opschrijven. Als eerste moet de beelddenker het beeld van de bok loslaten. Dan moet hij het geheel van het woord bok in kleine stukjes breken. Daarvoor heeft hij zijn gehoor nodig. Een beelddenker is auditief zwak; hij heeft moeite met het analyseren van de klanken. De beelddenker heeft dus moeite de letters te onderscheiden die hij hoort. Het is voor de beelddenker nog lastiger om de juiste opeenvolgende klanken te onderscheiden en ook vast te houden, te blijven onthouden. Het beeld van de bok wil de letters verdringen.

Dan moet de beelddenker de klanken vervangen door de juiste (dode) tekentjes/letters, en deze tekentjes dan ook nog in de juiste volgorde plaatsen; van links naar rechts.

Van het oorspronkelijke beeld van bok is dan niets meer over. Uit bovenstaande blijkt dat spelling en taal lastig kunnen zijn voor beelddenkers. Hoe kan je een beelddenker hierbij helpen als beeld en brein coach?

Doordat beelddenkers anders leren heeft Maria Krabbe de Compensatie-Correctie-methode ontwikkeld, speciaal gericht op het beelddenken.  Een beelddenker werkt vanuit het geheel zonder het te verbrokkelen en te analyseren in onderdelen. Neem bijvoorbeeld het woord “varken”:

Oefening:

Je spreekt het woord varken duidelijk uit. Het kind zegt het woord in zijn geheel na. Gebruik nu voor elke letter een A4. En leg de A4tjes naast elkaar zodat er één woord ontstaat van links naar rechts. Het kind gaat voor de A4tjes staan. Kijkt naar het woord en zegt: `varken`. Nu probeert hij het woord als geheel als een gedachtebeeld in zijn hoofd te zien. Het kind maakt een beeld van een gekleurde (door hem zelf gekozen kleur) kaart met de letters van het woord varken erop.

Dan mag het kind op de v gaan staan en zegt v, daarna op de a en zegt a, enz. Het kind gaat nu vanuit het woord in zijn geheel naar de losse klanken/letters. Het kind gaat weer voor de A4tjes staan en kijkt naar het woord en zegt: `varken`. En zet hij het woord als geheel als een gedachtebeeld in zijn hoofd.

Daarna leg je de blaadjes uit elkaar. Je gaat van het geheel van spellen naar het spellen van de klanken/letters. Het kind gaat op de v gaan staan en zegt v, daarna op de a en zegt a, enz. Het kind springt al spellend van letter naar letter. Na de laatste letter zegt hij : `varken`. En laat weer het beeld van de letters op het gekleurde kaartje in zijn gedachtebeeld verschijnen.

Op deze manier werk je vanuit het geheel, naar de analyse (spellen) en weer terug naar het geheel. Dit is een manier waar een beelddenker blij van wordt.

Veel plezier met oefenen!

 

Gebaseerd op een blog van Bureau Bezem.